, ,

Wanneer was jij voor het laatst trots op jezelf?

Waarom we niet durven te zeggen dat we trots zijn op onszelf (en dan ook de complimenten afwijzen)

 

Mijn zus werkt met 0-3-jarigen, de kleinsten onder ons die hun dagen vullen met het stapelen van voorwerpen en zelfstandig leren plassen. Onlangs liet zij mij een filmpje zien die mij deed realiseren hoe erg ik deze kleine mensen onderschat en hoeveel wij van ze kunnen leren. In het filmpje staat Timo, één van deze kindjes, alle glazen keurig in de kast te zetten, waarna hij zijn handjes afveegt aan zijn schort en hardop zegt: “goed van mij”. Hij had uit intrinsieke motivatie iets gedaan en zichzelf hierop gecomplimenteerd. Hij was trots.

 

Hoe komt het dan dat de slimme, succesvolle, jonge, bevlogen dokters, die uit intrinsieke motivatie dokter werden, zichzelf nauwelijks complimenteren? Ik kon me niet herinneren wanneer ik voor het laatst “goed van mij” had gezegd. Ondanks alle externe goedkeuring in de vorm van titels, tevreden patiënten, beurzen en erkenning van vrienden en familie. Zijn wij trots zijn  verleerd? Of durven we het niet uit te spreken?

 

Veel van ons hebben last van het “imposter syndrome”. Dit fenomeen beschrijft de angst “dat men erachter gaat komen dat je het misschien toch allemaal niet kan”. Dit vind ik fascinerend. Want hoe, vraag ik mij af, zou dat dan in zijn werk gaan? Belangrijker nog, waarom is het aan iemand anders om te bepalen of jij iets wel kan? Waarom kan het niet zo zijn dat iemand misschien vindt dat jij iets niet kan maar jij toch wel?

 

Dit is de crux van onze het-heel-goed-doen-maar-onzeker-zijn-complex. Wij leggen de goedkeuring van ons kunnen, en soms zelfs van ons zijn, bij de ander. We vrezen het moment waarop iemand iets van ons niet goed vindt terwijl wij eigenlijk trots waren. Dus zijn we liever helemaal niet trots, ondanks al onze verzamelde externe goedkeuring, en bagatelliseren we de complimenten. Alsof een compliment aannemen betekent dat je het ermee eens, en dus misschien niet bescheiden, bent.

 

Dit creëert een afhankelijkheid van externe goedkeuring. Dit is begrijpelijk maar ook gevaarlijk. Begrijpelijk, omdat we leven in een wereld waarin we niet trots zijn op trots, zeker niet op jezelf gerichte trots. Bovendien geloven we dat hard werken van binnenuit beloond wordt met goedkeuring van buiten (als ik heel hard werk, word ik wel specialist). Dit is gevaarlijk, omdat niet sec hard werken maar het eindproduct beloond wordt (je kunt ook heel hard werken of goed zijn en niet in opleiding komen). Dit eindproduct wordt beoordeeld. En deze beoordeling is altijd, in meer of mindere maten, subjectief. Met andere woorden, wij hebben geen controle op de goedkeuring. We laten het aan iemand anders over te bepalen of wij er mogen zijn. Zonde. Op deze manier blijven heel veel bijzondere mensen met authentieke kenmerken en vaardigheden, onzichtbaar en onzeker.

 

Toen ik mij, dankzij kleine Timo, realiseerde dat ik dit deed ben ik een boekje bij gaan houden. Elke dag voordat ik ga slapen schrijf ik drie dingen van die dag op waar ik trots op ben. Ook en juist op de dagen waarop ik denk dat ik er geen kan bedenken. Zo blijf ik ondanks vervelende ervaringen de mooie dingen zien. En is het aan mij, om te bepalen of ik trots ben.

 

Wanneer was jij voor het laatst trots op jezelf?

, ,

BLOG: Wie ben jij als niemand kijkt?

Wie ben jij als niemand kijkt?

 

“Van een afstand gezien lijkt het bestaan van een coassistent vrij en onbezorgd. We lopen achter dokters aan, zoeken op het juiste moment het juiste detail op om dat weer op het juiste moment hardop te zeggen, alsof we het al jaren weten.”

 

Gisteren brak mijn hart, toen ik door een raam van een statig huis naar een oude dame keek die helemaal alleen en voorovergebogen schuifelde door haar donkere keuken. Heel even danste de gedachte door mijn hoofd haar te vergezellen met een kop koffie en haar tijdelijk te verlossen van haar eenzaamheid, maar de dans werd snel overgenomen door de vanmorgen opgestelde to do’s, onbeantwoorde mails en voor te bereiden meetings die mij herinnerden aan mijn eeuwige tekort aan tijd. De dans werd stopgezet door een oude man die uit het niets, in datzelfde keukentje verscheen. In zijn handen, een gigantische bos zonnebloemen die hij vol overgave aan haar gaf. Schaamte vulde de kieren van mijn zojuist gebroken hart. Waarom was ik op een zondag in mijn studententijd zelfs daar te druk voor, met alles wat ik moet doen om te blijven werken naar wie ik wil zijn. Wie denk ik wel niet dat ik ben?

 

Hetzelfde vindt plaats wanneer ik in een witte jas door witte gangen loop langs kamers met mensen die echt alleen zijn. Zelden loop ik zonder reden naar binnen. Ik als coassistent zou toch alle tijd moeten hebben, juist voor deze reden?

 

Van een afstand gezien lijkt het bestaan van een coassistent vrij en onbezorgd. We lopen achter dokters aan, zoeken op het juiste moment het juiste detail op om dat weer op het juiste moment hardop te zeggen, alsof we het al jaren weten. Elke week een andere dokter, elke maand een ander ziekenhuis, niemand die ons eigenlijk kent. In het toneelstuk van het ziekenhuis spelen wij altijd het nieuwe gezicht, een rol die nooit went.

 

Nooit vraagt iemand naar onze feedback op systemen, processen of mensen. Zelden vraagt iemand hoe het gaat. Het opleiden van dokters die goed kunnen stampen, zonder kritische blik volstaat.

 

Van ‘doen alsof we arts zijn’, via ‘ons gedragen als een arts’ worden wij uiteindelijk die arts. Maar doen alsof en gedragen als lukt niet alleen door te kijken naar. In onze afhankelijkheid vormen wij ons onbewust naar hen, om als waargemaakte verwachting het vak te leren, en die zeven te veranderen in een acht.

 

Onze leermeesters en beoordelaars zijn 26-jarigen die verdrinken in administratieve handelingen terwijl de ogen van bovenaf door hun witte jas branden. Voor hen immers tien anderen.

 

We doen commissies en besturen, extra stages en PhD’s. We moeten laten zien dat we dit willen, laten zien dat we dit zijn. Maar als we onze identiteit zien door de ogen van een ander, wie zijn wij dan, als niemand kijkt?

 

 

Waarom deze blog?

Tijdens de studie en daarna pogen we ziekten en hun ontwikkeling te begrijpen. Bij onze persoonlijke ontwikkeling staan we echter minder stil. Wel zijn we veel bezig met ‘de volgende stap’. Waar ga ik werken? Ga ik promoveren? Hoe kom ik in opleiding? En als ik er dan ben, waar word ik dan staflid?

De volgende stap bepalen die past bij jou gaat het makkelijkst als je ook weet wat je wil. Weten wat je wil, komt voort uit weten wie je bent. En wat je goed kan. Je bewust worden van wie je bent, wat je kan en wat je wil helpt niet alleen in het maken van keuzes. Het biedt ook de handvaten om je omgeving te vormen naar wat jij wil en nodig hebt. Dit leidt tot meer tevredenheid en geluk.

Weten waar je staat vergt het stellen van andere vragen. En reflectie, veel zelfreflectie. Dat is niet zo  vanzelfsprekend in een druk en chaotisch leven. Daarom ga ik in deze reeks blogs de vragen die ik mijzelf stel, hardop op papier stellen.

, ,

GASTBLOG: Het werk van een bedrijfsarts: tijd voor een ander geluid!

Door Anjelica Boogert.

Het werk van een bedrijfsarts: tijd voor een ander geluid!

Anjelica – Bedrijfsarts en blog is geen gelukkige combinatie. Dat merkte ik bij de voorbereiding van deze blog. Google maar eens op “bedrijfsarts en blog”. Ik kan je zeggen, daar word je niet vrolijk van. Wat een ellende, weerstand en aversie tegen de bedrijfsarts komt er dan naar boven.  Als ik dit had gelezen, voordat ik solliciteerde bij Arbo Unie was ik er waarschijnlijk nooit aan begonnen. Want wie wil er nou een vak waar zo veel antipathie tegen is? Maar tegelijkertijd maakt mij dit ook strijdlustig: want hoe kan het nou dat ik met plezier naar mijn werk ga en het gevoel heb dat ik echt iets kan betekenen voor werknemers en werkgevers maar dat er tegelijkertijd zo’n beeld heerst over wat ik doe? Tijd dus om tussen dit rijtje negatieve blogs een ander geluid te laten horen van een bedrijfsarts in opleiding.

Hoezo saai?

Naast de negatieve stukken die ik aantrof, heerste (en heerst denk ik) er tijdens mijn opleiding tot arts ook een saai beeld van een bedrijfsarts die alleen maar zieke werknemers spreekt. Maar mijn dag is zoveel meer dan dat. En zo simpel zijn die spreekuren niet. Natuurlijk moet ik hier niet een geromantiseerd beeld gaan neerzetten van bloed, actie en heroïsche avonturen, maar het werk is zeker heel uitdagend! Alleen dat zit hem niet in reanimaties of heldhaftige operaties, maar in het werken in het speelveld en met tijden ook het spanningsveld tussen werknemers en werkgevers waarbij communicatie je belangrijkste tool is. Ik vind het een voorrecht dat ik mij elke dag mag verdiepen in de mens in al zijn veelzijdigheid. In mijn optiek een van de belangrijkste en charmantste aspecten van dit vak.

Samen zoeken naar mogelijkheden

Wat maakt mijn werk boeiend, vraag ik mij regelmatig af. Naast de grote veelzijdigheid van dit vak, zoals de variatie aan ziektebeelden, de diversiteit van functies (bijvoorbeeld van fabrieksmedewerker, tot directeur tot leerkracht), is het juist hoe verschillend mensen omgaan met hun ziekte of aandoening. Maar ook wat hun drijfveren en motieven zijn en hoe werkgevers hier mee omgaan. Daarin kunnen wij als het bedrijfsartsen het verschil maken. Ik vraag tijdens mijn spreekuur van alles uit op het gebied van de persoon, sociale omgeving, het werk en kijk waar er eventueel dingen zitten waarom zaken niet soepel lopen en ga daarmee aan de slag.  Ja, we werken in een bepaald spanningsveld. Maar dat jij hierin wat kan betekenen als arts en onafhankelijk adviseur en dat er soms maar weinig nodig is om werkgever en werknemer er samen uit te laten komen, is wat mij betreft juist het aantrekkelijke van mijn vak. Het samen zoeken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen, het kunnen aanreiken van handvaten waar zij zelf mee aan de slag kunnen gaan; daar krijg ik energie van.

Hoera: geen diensten!

Los van de uitdagingen van het spreekuur ben ik op mijn werkdag ook veel in overleg met HR of leidinggevenden, met curatieve collega’s zoals huisartsen, psychologen of collega’s binnen mijn eigen werkveld zoals arbeidsdeskundigen of ergonomen. Samen een plan maken om de desbetreffende werknemer in beweging te krijgen en zelf aan de slag te gaan, te motiveren, te coachen of simpelweg alleen te monitoren omdat iemand het heel goed zelf kan, dat is toch mooi? Als ik dan zie dat ik maar net de olie was om het geheel weer in beweging te krijgen, dan ga ik met een blij gevoel naar huis met nog een avond voor me om aan mijn eigen ontspanning toe te komen (hoera voor geen diensten!).

In beweging

Terwijl ik dit stuk schrijf, besef ik dat er nog zoveel meer is waarover ik kan schrijven wat dit werk nu zo leuk maakt.  Bij toeval kom ik een quote tegen die een deel van mijn werk samenvat.

If you can’t fly, then run.
If you can’t run, then walk.
If you can’t walk, then crawl.
But whatever you do,
you have to keep moving forward
Martin Luther King Jr

Kortom: het zoeken naar wat nog wel kan in plaats van niet meer kan, het in beweging blijven en eigen regie hebben om daar als bedrijfsarts een rol in te kunnen hebben, vind ik het mooiste en positiefste werk wat er is.

Wil je meer weten over het werk als bedrijfsarts? Neem gerust contact met op met Anjelica. Zij kan jou ook meer vertellen over een leuk traineeship, speciaal voor mensen die bedrijfsarts willen worden.

 

 

 

 

, , , ,

BLOG: Ben je arts, of werk je als arts?

Worden wie je bent is belangrijk voor het worden van een goede dokter

Door Mia. Tijdens de studie en daarna pogen we ziekten en hun ontwikkeling te begrijpen. Bij onze persoonlijke ontwikkeling staan we echter minder stil. Wel zijn we veel bezig met ‘de volgende stap’. Waar ga ik werken? Ga ik promoveren? Hoe kom ik in opleiding? En als ik er dan ben, waar word ik staflid?

De volgende stap bepalen die past bij jou gaat het makkelijkst als je ook weet wat je wil. Weten wat je wil, komt voort uit weten wie je bent. En wat je goed kan. Je bewust worden van wie je bent, wat je kan en wat je wil helpt niet alleen in het maken van keuzes. Het biedt ook de handvaten om je omgeving te vormen naar wat jij wil en nodig hebt. Dit leidt tot meer tevredenheid en geluk.

Maar ik ben me toch van mijn ontwikkeling, hoor ik je denken. Dat gaat toch vanzelf? Niet helemaal. Weten waar je staat vergt het stellen van andere vragen. En reflectie, veel zelfreflectie. Dat is niet zo  vanzelfsprekend in een druk en chaotisch leven. Daarom ga ik in deze reeks blogs de vragen die ik mijzelf stel, hardop op papier stellen.

 

Vraag 1: Ben je arts, of werk je als arts?

We hebben het eigenlijk altijd over dokter ‘worden’ of ‘zijn’. Deze uitspraak letterlijk nemende, zou betekenen dat je niet gaat werken als dokter, maar dokter wordt. Dit lijkt semantisch, maar gaat verder dan dat. Naast het beschrijven van het letterlijke proces (geneeskunde, coschappen, aan de slag als arts),  impliceert het een identiteitsverandering. Je wordt iets, waarschijnlijk anders dan je nu bent. Maar, wat gebeurt er dan met wie je nu bent? Blijft de persoon die je nu bent bestaan in die uren waarin je niet werkt? Of worden deze twee identiteiten één?

‘Dokters zijn nét mensen’ heb ik vaak gehoord in mijn korte carrière. Ik heb deze uitspraak nooit helemaal begrepen. Alsof dokters bovenmenselijk zijn in hun witte jas. En dus op dat moment niet mens. Mijns inziens is een belangrijk deel van het artsenvak de menselijke component kunnen bewaken in een situatie waarin deze soms ver te zoeken is. Juist door zelf menselijkheid te tonen.

Toch zie ik jonge dokters om mij heen een andere identiteit aannemen zodra zij hun witte jas aantrekken. Op zich logisch, het ziekenhuis en de doktersjas in specifiek, is een plek waarin het verleidelijk is je net iets anders voor te doen dan je bent. Ten eerste, wil je laten zien dat je geschikt bent. Je moet ballen hebben om tegen de persoon die jou in opleiding kan helpen je twijfels of onzekerheden te uiten, laat staan ontevredenheid uit te spreken. Ten tweede, heb je een professionele rol. De scheidslijn tussen professie en persoon is soms lastig. Mag je huilen waar een patiënt bij is? Mag je laten zien dat je het eigenlijk ook niet weet?

Over deze vragen zijn de meningen verdeeld. Mijns inziens komen ze neer op één hoofdvraag, namelijk: ‘hoe wil ik zorg leveren?’. Deze vraag beantwoorden is een persoonlijk, essentieel proces die parallel loopt aan de medisch inhoudelijke ontwikkeling. Dit gaat niet vanzelf. Toch hebben we het er weinig over met elkaar. We nemen aan dat iets gewoon heel vaak doen maakt dat we het kunnen, zoals met een motorische vaardigheid. Persoonlijke ontwikkeling vereist reflectie.

En reflecteren helpt jou jezelf te leren zijn in je witte jas. Als jij jezelf bent, maak je op jouw manier contact met patiënten en collega’s. Focus je alleen op het medisch inhoudelijke en laat je wie je bent buiten beschouwing, speel je eigenlijk een rol. Naast het feit dat anderen dit probleemloos aan kunnen voelen, heb je er zelf last van. En wordt je ongelukkig. Of burnout.

In conclusie, we zijn mens en werken als arts. Maar hoe we die rol als arts invullen is aan ons. ‘Dokter worden’ gaat over het samenbrengen van wie je bent als mens met je professionele rol. Dit is een proces die aandacht nodig heeft. En reflectie. Zo voorkom je dat je dokter wordt en jezelf erin verliest.

, , ,

BLOG: Timemanagement 101 voor jonge dokters, deel 2: de twee-minutenregel en next actions

Door WouterIn de deel 1 van deze reeks liet ik het al een beetje doorschemeren: timemanagement gaat niet alleen over het goed indelen van je tijd, maar voor een groot deel ook over het leegmaken van je hoofd. Je krijgt zo weer ruimte in je hoofd voor de dingen waar je op dat moment mee bezig bent. Het belangrijkste hierbij is dat je álles opschrijft wat je moet/wilt doen en dat je zeker weet dat je terugkomt bij de plek waar je dingen opschrijft. Ontbreekt één van deze voorwaarden dan is het moeilijk uit je hoofd te zetten doordat je er niet zeker van kunt zijn dat je iets niet vergeet. Schrijf vooral ook niet alleen de dingen op die je moet doen, maar ook de dingen die je wilt doen. Uiteindelijk wil je rust krijgen in je hoofd doordat je weet dat je niets gaat vergeten. Dingen die je wilt doen nemen ook ruimte in, opschrijven dus. Tot zo ver de recap.

Van opschrijven naar uitvoeren

Takenlijstjes zijn mooi en kunnen helpen, maar bieden heel vaak nog niet de uitkomst die we willen. Het levert, bij mij in ieder geval, vaak een vorm van uitstelgedrag op (klik hier voor een prachtig TED-filmpje over procrastination). Het opschrijven van de dingen die ik moet doen zorgt er voor dat ik dingen niet/minder snel vergeet. Het helpt alleen niet bij het gedaan krijgen van deze dingen. Twee trucjes kunnen helpen om de stap te maken naar dingen gedaan krijgen: de twee-minuten regel en het bepalen van next actions.

Kun je iets binnen twee minuten doen? Doe het direct!

Sommige dingen zijn eigenlijk te klein om bij je te houden. Als opschrijven of er over nadenken net zoveel tijd kost als een actie zelf is het beter om datgene direct uit te doen. Om hier een onderscheid in te maken is een cut off  van een minuut of twee handig. Twee minuten tijd heb je eigenlijk altijd wel. Niet treuzelen. Ook al heb je geen zin, toch doen. Het in je hoofd houden van al deze kleine dingen kosten namelijk ook energie. En in totaal kost dit meer energie dan die twee minuten elke keer doordat het je hoofd op de achtergrond bezighoudt. Door de twee-minuten-regel aan te houden verminder je de achtergrondruis in je hoofd. Deze ruis is er altijd, maar je pas echt opvallen als deze minder wordt. Dat ene receptje? Direct uitschrijven dus. Die korte vraag aan die neuroloog die je nog wilde stellen? Direct voor bellen. Heb je juist het gevoel dat je dit de hele dag aan het doen bent? Kijk dan waar dit vandaan komt. Komt het uit jezelf of doordat je vaak gestoord wordt? De eerste ligt mogelijk aan het stellen van prioriteiten (dit komt terug in de volgende blogs), de tweede kun je voor kijken of je afspraken voor kunt maken. Vraag anderen hun kleine (niet belangrijke) dingen op te sparen om ze zo in één keer te kunnen doen. Dit is ook voor hen efficiënter.

Rust in je hoofd door het bepalen van next actions

Als je alles perfect opschrijft denk je aan dingen. Om dingen gedaan te krijgen moet je echter ook over dingen denken. Je moet ze immers doen. Soms heb je de tijd niet om iets direct te doen. Dan kan het al rust geven om te starten met het bepalen van de volgende stappen, i.e. het bepalen van next actions. Zo wordt wat je moet doen kleiner en behapbaarder en is de kans dat áls je wat tijd hebt je het ook doet. Als je er op dat moment nog  over moet denken wat je eigenlijk moet gaan doen is de drempel groter. Als ik op schrijf ‘Literatuur onderzoek doen voor artikel’ zie ik een berg werk. Schrijf ik daarentegen ‘PubMed search doen om literatuuronderzoek te starten voor artikel’ dan is dat al een stap concreter. Nog concreter is zelfs ‘Bedenken van PubMed key words (…)’ om zo precies te weten wat ik moet doen. Heb ik dit gedaan dan bepaal ik (pas) de volgende stap.

Verleidelijk is om gelijk bij het opschrijven tot dit concrete level te willen komen. Het risico bestaat dan dat je iets niet meer opschrijft doordat je over een next action vaak al even over na moet denken. Zelf gooi ik daarom alles in een verzamel Inbox en zoek het later uit. Dit uitzoeken doe ik op dode momentjes tussendoor, als ik sta te wachten op de trein bijvoorbeeld. Zo kan ik toch snel iets neerkalken als ik me iets bedenk zonder er goed over na te moeten denken. Zie voor meer hierover ook de vorige blog.

Wrap-up in stappen

Het geheel komt dus ongeveer op het volgende neer:

Je bedenkt je iets wat je moet doen.

In de volgende blog zullen we de overstaap maken naar het ‘klassieke’ timemanagement. Hoe ga je om met je tijd als je het druk hebt en hoe kies je wat je eerst gaat doen: prioriteren en timeboxen.

 

Mis je dingen of heb je aanvulling? Laat het dan weten zodat ook anderen hiervan kunnen profiteren. Mail naar wouter@dejongedokter.nl.

, ,

BLOG: Timemanagement 101 voor jonge dokters, deel 1

Door WouterIedereen verwacht dat je het kunt en oh zo belangrijk om goed te kunnen: timemanagement. Wil je het leren? Dan zijn er vele dikke pillen geschreven over hoe je je tijd het beste kunt managen. Tegengesteld aan wat je wilt bereiken kost timemanagement op deze manier tijd. Wij gaan timemanagement weer tijdbesparend maken in slechts beperkte tijd door in de komende tijd een serie blogs te posten met tips en trucs over hoe je effectief je tijd kunt managen.

Vrijwel alle wijsheden die we hier zullen plaatsen hebben we niet zelf verzonnen, maar komen uit boeken als Getting Things Done, Essentialism e.a. (ja, echt, sommige mensen vinden het leuk deze boeken te lezen).

Om te zorgen dat je geen uren kwijt bent met het lezen van deze serie blogs zullen we elke keer een aantal punten kort behandlen die je snel kunt toepassen. Veel dingen klinken simpel en zijn dat ook. Timemanagement is niet moeilijk, wel is het een kwestie van consequent doen.

Maak ruimte in je hoofd, alles uit je hoofd

Waarom ben je druk in je hoofd? — Iedereen heeft het druk tegenwoordig. Eerder was het druk hebben iets om trots op te zijn, nu lijkt iedereen het te kunnen. En leven we met z’n allen niet meer in het moment. We denken aan heel veel dingen, maar denken nog weinig over dingen. Dit komt onder andere doordat de hoeveelheid dingen die we moeten doen in de afgelopen jaren enorm is toegenomen. Helaas loopt evolutie achter en kan een mens nog steeds maar één ding tegelijk, waardoor we vaak met ons hoofd ergens anders zijn dan ons lijf op dat moment is (terwijl ik dit artikel aan het schrijven ben bedenk ik me dat ik ook nog die mail van een collega moet beantwoorden, mijn vriendin terug moet appen, die ene patiënt om informed consent moet vragen en dat consult niet moet vergeten).

 

“We denken aan heel veel dingen, maar denken nog weinig over dingen.”

 

Het aantal dingen dat je per dag moet onthouden wordt geschat in de honderden, terwijl de meeste mensen maximaal zeven dingen in hun actieve werkgeheugen kunnen houden. Dit zorgt ervoor dat de dingen die je moet doen continu naar boven komen, even blijven hangen en je ze vervolgens weer vergeet. Het resultaat: een “ohja”-reactie. Elke keer dat dit gebeurt levert dit een beetje stress op. Al deze beetje zorgen echter voor veel stress.

Hoe los je dit op? — Alles opschrijven. Hoe minder dingen je in je hoofd hebt hoe minder afleiding er is voor de dingen die je aan het doen bent. Zelf heb ik het opschrijven van dingen vaak horen langskomen, maar lukte het me tot voor kort nooit om dit ook echt goed consequent te doen. Opschrijven geeft pas ruimte in je hoofd als het aan een aantal dingen voldoet:

    1. Zorg dat je één plek hebt waar je álles opschrijft en waar je terug komt
      Belangrijk aan deze plek is (1) dat je het terugvindt en (2) er ook later weer tegenkomt. Als niet aan deze twee voorwaarden wordt voldaan zullen de dingen die je moet doen terug blijven komen omdat je net kan controleren of je het gedaan hebt. Deze plek kan zowel op papier of of digitaal zijn. Zeker digitaal zijn er ondertussen legio apps die je hierbij helpen, Wunderlist, Evernote en Things zijn hier voorbeelden van. Wij gebruiken bij De Jonge Dokter Wunderlist.
    2. Breng een scheiding aan tussen het ‘even snel’ opschrijven van to do’s en het bedenken wat je ermee gaat doen.
      Eerder schreef ik niets op, omdat ik dacht dat ik voor elke to do ook een plan moest hebben. Dit kostte vaak te veel ruimte in mijn hoofd, dus deed ik het niet. Wat hierbij enorm geholpen heeft is het scheiden van het vangen van dingen die ik moest doen het categoriseren hiervan. Hierdoor hoefde ik niet meer na te denken over de dingen die ik moest doen, maar alleen even snel iets op te schrijven. Het categoriseren en bedenken wanneer ik wat moest doen kon ik zo later bedenken op een moment dat het beter uitkwam. Het is dus belangrijk dat je een paar keer per dag op die plek terugkomt?

Mijn actieplan: op papier = uit het hoofd

Om het nog makkelijker te maken hier de stappen die ik gezet heb om het vangen van de dingen die ik moet doen mogelijk te maken:

Voorbereiding

  1. Download een app die je fijn vindt ik gebruik (in mijn geval is dat Wunderlist)
  2. Maak indien deze niet bestaat een Inbox categorie aan
  3. Maak verschillende categoriën aan voor de dingen die je moet doen (bijvoorbeeld: @Home, @Werk, Onderweg)

Uitvoering

  1. Vanaf nu vang je alles wat je je bedenkt in de Inbox. Hoe slordig je het daar opschrijft maakt niet uit, als het er maar staat en je het binnen een paar dagen nog begrjipt.
  2. Verwerk nu eens per dag de dingen die je hebt opgeschreven in je Inbox. Dit kost je hoogstens een paar minuten, maar zorgt er wel voor dat je overzicht houdt en er even over nadenkt.
  3. Tijd om dingen die je moet doen te doen? Ga naar de juiste categorie en begin aan je taken.

Mis je dingen of heb je aanvulling? Laat het ons dan weten zodat ook anderen hiervan kunnen profiteren. Mail naar wouter@dejongedokter.nl.

P.S. Inmiddels is ook deel 2 van deze serie verschenen. Klik hier om verder te lezen.